Nieuwsbrief Vallei Accountants Agri - Februari
Jonge landbouwers kunnen dit jaar Vestigingssteun aanvragen in de periode 2 maart tot en met 1 mei. De voorwaarden zijn gelijk aan voorgaand jaar. De aanvragen wo
rden beoordeeld (en toegekend) op volgorde van binnenkomst
Eenmalig subsidiebedrag € 80.000
Het subsidiebedrag bedraagt € 80.000 per bedrijf. Een bedrijf en/of jonge landbouwer mag de Vestigingssteun niet eerder hebben ontvangen.
Voorwaarden
De jonge landbouwer dient het bedrijf op 1 januari 2023 of later (deels) te hebben overgenomen of te zijn gestart. De juridische levering dient uiterlijk op het moment van aanvraag te hebben plaatsgevonden.
Daarnaast dient het bedrijf, met landbouwactiviteiten, te zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. De standaardverdiencapaciteit dient minimaal € 15.000 te zijn.
Voorwaarden jonge landbouwer
De jonge landbouwer:
-
is op 31 december 2026 niet ouder dan 39 jaar;
-
heeft het bedrijf, niet eerder dan 1 januari 2023, volledig overgenomen, of tenminste voor 50% juridisch in eigendom;
-
bezit, indien van toepassing, tenminste 50% van de aandelen;
-
heeft blokkerende zeggenschap voor bedragen boven de € 25.000;
-
heeft een land-/tuinbouwopleiding of tenminste twee jaar aantoonbare ervaring (vanaf 16 jaar);
-
is voor tenminste 1.225 uur werkzaam in het bedrijf.
‘Milieulijst’ en ‘Energielijst’ 2026 beschikbaar
Bij bepaalde duurzame investeringen kun je in aanmerking komen voor fiscaal voordeel. Het bedrijfsmiddel dient dan op de ‘Milieulijst’ of ‘Energielijst’ te staan.
‘Milieulijst’
Met bedrijfsmiddelen, die op de ‘Milieulijst 2026’ staan, kun je fiscaal voordeel behalen middels MIA en/of Vamil.
MIA: ‘Milieu-investeringsaftrek’
Met MIA kun je een deel van de investeringskosten van milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen als extra aftrekpost van de fiscale winst opvoeren. Het percentage van het investeringsbedrag, dat je als investerings-aftrek kunt opvoeren, is afhankelijk van de categorie waarin het bedrijfsmiddel valt: 27%, 36% of 45%.
Vamil: ‘Willekeurige afschrijving milieu-investeringen’
Vamil biedt de mogelijkheid om een investering in een milieuvriendelijk bedrijfs-middel op een willekeurig moment af te schrijven. De vrije afschrijving via Vamil is 75%.
‘Energielijst’
Investeer je in bedrijfsmiddelen die op de ‘Energielijst 2026’ staan? Dan kun je in aanmerking komen voor de regeling ‘Energie Investeringsaftrek’ (EIA). Met EIA is, naast de gebruikelijke afschrijving op deze bedrijfs-middelen, een deel van de investeringskosten direct aftrekbaar van de fiscale winst. Het percentage voor deze investeringsaftrek is 40%.
Digitaal zoeken in lijsten
Je kunt op de site van RVO (www.rvo.nl/milieu-energielijst-2026) (digitaal) zoeken naar bedrijfsmiddelen die voor MIA, Vamil en/of EIA in aanmerking komen.
In 2026 extra aandacht voor rustgewassen
Zowel voor mest als het GLB gelden dit jaar extra aandachtspunten bij de teelt van rustgewassen. Dit kan ook voor jouw percelen van toepassing zijn.
Verplicht rustgewas op zand en löss
Heb je percelen op zand- of lössgrond? Dan dien je te voldoen aan de rustgewas-verplichting. Dit betekent dat je, in de periode van 2023 tot en met 2026, op ieder perceel bouwland, tenminste eenmaal een rustgewas teelt. Nog geen rustgewas geteeld? Dan kun je dit jaar nog aan deze verplichting voldoen. Deze verplichting geldt niet voor biologische percelen en voor percelen waarop van 2023 tot en met 2026 onafgebroken dezelfde teelt (zonder herinzaai) heeft gestaan.
Gebruiker(s) perceel niet van belang
De verplichting geldt voor ieder perceel bouwland op zand/löss, ongeacht de gebruiker(s) van het perceel in de afgelopen jaren.
Welke rustgewassen tellen mee?
Een toegestaan rustgewas kun je als hoofdteelt telen. Je kunt ook kiezen voor een hoofdteelt in combinatie met een aangewezen en onbemest vanggewas. Het vanggewas dien je uiterlijk 31 augustus in te zaaien en tot minimaal 31 januari te laten staan.
In de ‘Gewascodelijst’ van RVO (www.rvo.nl/ onderwerpen/gewascodelijst) kun je per gewas inzien of je dit rustgewas als hoofdteelt kunt inzetten.
Voorgaande jaren: kaartlaag als hulpmiddel
Is een perceel in de afgelopen jaren bij een ander in gebruik geweest? En weet je niet of die gebruiker een rustgewas heeft geteeld? Dan kunt je de kaartlaag ‘Rustgewassen’ in ‘Mijn percelen’ gebruiken.
GLB: eco-activiteit ‘Rustgewas’
In 2026 mag je de eco-activiteit ‘Rustgewas’ alleen toepassen als op het betreffende perceel in de jaren 2023, 2024 en/of 2025 ook al een rustgewas is geteeld. Dit geldt voor alle grondsoorten.
Welke rustgewassen tellen mee?
Voor de eco-activiteit ‘Rustgewas’ dien je een toegestaan rustgewas te telen. Dit is een andere (kortere) lijst. In de ‘Gewascodelijst’ kun je per gewas zien of dit (voor het GLB) van toepassing is. Voor de voorgaande jaren tellen zowel de rustgewassen voor het GLB als de rustgewassen voor mest mee.
Subsidie veengebieden en/of extensiveren
Binnenkort wordt een subsidie voor samenwerkingsverbanden in veenweide-gebieden of overgangsgebieden Natura 2000-gebieden opengesteld. Een samenwerkings-verband dient minimaal 200 ha te omvatten.
Subsidie voor drie onderdelen
De subsidie is bedoeld voor samenwerkings-verbanden die:
-
De grondwaterstand in veenweide-gebieden verhogen, eventueel in combinatie met het extensiveren van melkveebedrijven;
-
Melkvee- of akkerbouwbedrijven die extensiveren in en rond Natura 2000-gebieden.
Daarnaast kan subsidie aangevraagd worden voor het oprichten van een samenwerkings-verband en/of het opstellen van een gebiedsplan.
Subsidiebedragen
Voor bepaalde subsidiabele kosten bedraagt de subsidie, onder voorwaarden, 100%. Daarnaast gelden vergoedingen voor diverse beheermaatregelen. Voor veenweide-gebieden kan dit oplopen tot maximaal € 1.355 per ha per jaar. Voor het extensiveren van een melkveebedrijf geldt maximaal € 2.430 per ha per jaar en voor een akkerbouwbedrijf maximaal € 3.130 per ha per jaar. Voor de maximale vergoedingen gelden wel extra beperkende maatregelen.
Afgelopen jaren is veel onderzoek gedaan naar gezondheidsrisico’s rondom veehouderijen. Ondanks de vele onduidelijkheden heeft de Gezondheidsraad onlangs geadviseerd om behoorlijk ingrijpende maatregelen te nemen op en rondom geitenbedrijven. Er is echter meer (gericht) onderzoek nodig.
Voorgestelde maatregelen
De Gezondheidsraad heeft onder andere de volgende maatregelen geadviseerd:
-
Het nemen van (bron)maatregelen op bestaande geitenbedrijven die de emissies van micro-organismen, endotoxinen en fijn stof verminderen.
Reacties op voorgestelde maatregelen
Inmiddels heeft het kabinet aangegeven dat een minimale afstandsnorm van 500 of 1.000 meter wenselijk is. Daarnaast heeft de geitenhouderij aangegeven dat de sector, onder andere met bronmaatregelen, wil werken aan een gezondere leefomgeving. Hiervoor is al eerder het sectorplan ‘Samen bouwen aan vitaal nabuurschap’ gepubliceerd.
Meer onderzoek nodig
Voor het invoeren van een definitieve afstandsnorm is meer onderzoek nodig. Dit geldt ook voor het bepalen van de juiste bronmaatregelen. De komende tijd zal hier meer duidelijkheid over komen.
Nieuwe opkoopregeling veehouderij
Overweeg je om te stoppen met jouw bedrijf? Bijvoorbeeld omdat je geen opvolger hebt? Dan heb je te maken met lastige keuzes. Mogelijk kun je, in jouw overweging, de aangekondigde nieuwe opkoopregeling meenemen.
Opkoopregeling voor alle bedrijven
De openstelling van deze opkoopregeling wordt medio 2026 verwacht. Voor deelname geldt geen drempelwaarde voor ammoniak, waardoor in principe alle veehouderijbedrijven subsidie kunnen aanvragen. De regeling is bedoeld voor veehouderijbedrijven met melkvee, varkens, kippen, kalkoenen, vleeskalveren, overig rundvee, geiten, vleeseenden en/of konijnen. De opkoopregeling is vergelijkbaar met de eerdere ‘Lbv-regelingen’. Het totale budget bedraagt € 715 miljoen.
Voorrang voor bedrijven nabij Natura 2000-gebieden
Bedrijven die (deels) liggen binnen een strook van 1.000 meter rondom een overbelast Natura 2000-gebied komen het eerst voor subsidie in aanmerking. De aanvragen van deze bedrijven worden in volgorde van binnenkomst afgehandeld. Deze bedrijven kunnen subsidie krijgen voor het waardeverlies van de stallen (110%), de in te leveren productierechten (100%) en de sloopkosten van dierenverblijven (€ 45/m2).
Budget over: dan overige bedrijven
Is er, na toewijzing aan bovenstaande bedrijven, nog budget over dan komen bedrijven in aanmerking die verder dan 1.000 meter van een overbelast Natura 2000-gebied liggen. Deze bedrijven kunnen in dezelfde openstellingsperiode subsidie aanvragen, maar een eventuele toekenning van subsidie volgt pas op een later moment. Subsidieaanvragen met de hoogste reductie van ammoniakemissie per euro subsidie komen dan het eerst in aanmerking.
Deze bedrijven kunnen een lagere subsidie krijgen voor het waardeverlies van de stallen (100%). De vergoeding voor de in te leveren productierechten is gelijk (100%). Sloopkosten worden niet vergoed
Regels graslandvernietiging voorjaar 2026
Vanaf 1 februari is graslandvernietiging weer toegestaan. De specifieke regels voor derogatiebedrijven in NV-gebieden op klei en veen zijn vervallen. Voor alle bedrijven gelden nu de algemene regels. Hieronder staan de regels tot en met 31 mei.
Graslandvernietiging 1 februari tot en met 31 mei
In deze periode geldt in nagenoeg alle gevallen dat stikstofbemesting van het volggewas, na graslandvernietiging, alleen is toegestaan nadat je een vernietigingsmonster hebt laten nemen.
Voor klei en veen gelden, in deze periode, verder geen beperkingen ten aanzien van graslandvernietiging.
Voor zand en löss gelden een aantal beperkingen, afhankelijk van het moment van graslandvernietiging.
Periode 1 februari tot en met 10 mei (zand/löss)
In deze periode dien je na graslandvernietiging een toegestaan stikstofbehoeftig gewas te telen. Herinzaai voor graslandvernieuwing is ook toegestaan. Teel je als volggewas mais, consumptie- of fabrieksaardappelen? Dan geldt een korting op de stikstofnorm van 65 kg/ha. Deze korting is niet van toepassing als het gescheurde gras eerder is ingezaaid als verplicht vanggewas na mais of als grasgroenbemester. In deze situatie is een graslandvernietigingsmonster niet verplicht.
Periode 11 tot en met 31 mei (zand/löss)
Graslandvernietiging is alleen toegestaan als je opnieuw gras inzaait (herinzaai).
Uitrijregels dierlijke mest voorjaar 2026
De uitrijregels voor meststoffen zijn dit jaar niet veranderd. Het naleven van de uitrijregels is van belang om een boete en een korting op de GLB-subsidies te voorkomen. Om deze reden brengen we de uitrijregels voor dierlijke mest, in de periode van 1 februari tot en met 31 juli, onder jouw aandacht.
Uitrijden vaste mest
Vanaf 1 februari gelden geen beperkingen ten aanzien van de uitrijregels voor vaste mest. Dit geldt voor alle grondsoorten.
Uitrijden drijfmest
Voor het uitrijden van drijfmest gelden wel enkele beperkingen voor grasland en voor bouwland. De regels zijn voor alle grondsoorten gelijk.
Grasland
Op grasland mag je vanaf 16 februari drijfmest aanwenden.
Bouwland
Op bouwland mag je vanaf 16 maart drijfmest uitrijden. Indien je een ‘vroege teelt’ gaat telen mag je vanaf 16 februari al drijfmest uitrijden op dat perceel. Wil je in deze periode drijfmest aanwenden? Dan dien je uiterlijk 24 uur vóór bemesten, het gewas dat je gaat telen, op te geven in ‘Mijn percelen’ van RVO. Onder ‘vroege teelten’ vallen bijvoorbeeld aardappelen, bieten, granen, uien, bollen en groenten.
Uitstel 8e Actieprogramma
Eind 2025 is er geen overeenstemming gekomen over het concept 8e Actieprogramma. Het nieuwe kabinet dient dit op te pakken, waardoor pas (veel) later een definitief 8e Actieprogramma kan worden vastgesteld. Het gevolg is dat je ook in 2026 rekening moet houden met de mestregels uit 2025, inclusief de NV-gebieden en normen. Het is nog niet zeker of de aangekondigde aandachtsgebieden in 2027 worden ingevoerd.
Uitstel excretieforfaits en vleesveecategorieën
Ook de eerder voorgestelde excretieforfaits voor graas- en staldieren zijn niet ingegaan per 1 januari 2026. Dit geldt ook voor de voorgestelde aanpassingen in diercategorieën voor vleesvee. De voorstellen worden opnieuw bekeken en zullen, na eventuele aanpassing, niet eerder ingaan dan in 2027.
Goedkeuring Renure
Het gebruik van Renure is definitief goedgekeurd in Brussel. De Nederlandse regelgeving moet nog worden aangepast. De definitieve regels worden in het tweede kwartaal 2026 verwacht. Voorlopig geldt een overgangsregeling voor mineralen-concentraat: deelnemers aan de pilot mogen mineralenconcentraat gebruiken tot maximaal 80 kg stikstof per ha.
Meer vragen bij Gecombineerde opgave 2026
Je kunt de Gecombineerde opgave indienen in de periode van 1 maart tot en met 15 mei 2026. Dit jaar krijg je te maken met extra vragen over onder andere bedrijfsvoering, mestbeleid en de huisvesting van dieren. Vragen over de mestopslagcapaciteit zijn vervallen. De mestopslagcapaciteit heb je dit jaar opgegeven bij de ‘Aanvullende gegevens’.
Aangifte schenkbelasting 2025 voor 1 maart
Voor schenkingen ontvangen in 2025 moet de aangifte schenkbelasting uiterlijk op 1 maart 2026 door de Belastingdienst zijn ontvangen.
Het gaat om schenkingen in 2025 die hoger zijn dan de jaarlijkse vrijstelling schenkbelasting. In 2025 was de vrijstelling € 6.713 bij schenking van ouders en € 2.690 bij schenking van anderen.
Op de website van de Belastingdienst is een rekeninghulp ter beschikking gesteld om te bepalen hoeveel belasting er moet worden betaald. Ook bij schenking van de eenmalig verhoogde vrijstelling (voor studie of een ander bestedingsdoel) dient de aangifte schenkbelasting te worden ingevuld.
Aangifte schenkbelasting indienen kan via Mijn Belastingdienst (online) of door een ingevuld PDF-formulier te versturen naar de Belastingdienst.
ISDE-wijzigingen 2026
De Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE wijzigt per 1 januari 2026.
Woningeigenaren kunnen vanaf 2026 ook subsidie krijgen over energiezuinige ventilatietechnieken als deze maatregel wordt gecombineerd met een of meerdere isolatiemaatregelen. Voor ventilatie krijg je eenmalig € 400 subsidie. De subsidie voor ventilatie kan worden aangevraagd binnen 24 maanden na installatie van de isolatiemaatregel.
Verdere wijzigingen:
-
Bij installatie in 2026 van een 2e of meer lucht-waterwarmtepomp(en) ontvang je geen startbedrag en energielabelbonus meer. Wel ontvang je voor de eerste luchtwaterwarmtepomp vanaf de eerste kW € 225, vorig jaar was dit pas vanaf de 2e kW. Uiteindelijk ontvang je bij meer luchtwaterwarmtepompen evenveel subsidie als bij één lucht-waterwarmtepomp met hetzelfde totaalvermogen.
-
Voor warmtepompboilers, grondwater-warmtepompen en waterwarmtepompen is de regeling ongewijzigd ten opzichte van 2025.
-
Bij het vervangen van de kozijnen (bij het plaatsen van isolerend glas) worden geen eisen meer gesteld aan de isolatiewaarde (Uf-waarde) van het kozijn.
-
Vanaf 2026 zijn de voorwaarden voor bodemisolatie verruimd. Er kan gekozen worden voor het opgeven van de Rd-waarde of de Rbf-waarde (resistance basement floor). Voorheen werd enkel gekeken naar de Rd-waarde van het isolatiemateriaal. Voor beide opties moet de waarde van het isolatiemateriaal minimaal 3,5 m2K/W zijn.
Aanpassingen Maatlat Duurzame Veehouderij 2026
Om voor de MIA/Vamil bij het (ver)bouwen van een duurzame stal in aanmerking te komen, zal er vaak een MDV certificaat behaald moeten worden.
De certificatieschema’s zijn per 1 januari 2026 aangepast. Vanaf 2026 is deelname aan MDV alleen toegestaan als in de MDV-stal één van de onderstaande ammoniakemissie-reducerende systemen wordt toegepast.
-
Melkveestal met urine opvangstation HA1.35 of Lely-Sphere HA1.38.
-
Vleeskalverstal met luchtwasser LW1.5, LW2.5, LW2.6, LW2.7, LW2.8, LW4.1, LW4.2, LW4.3, LW4.4, of LW4.6.
-
Vleesvarkensstal met een schuine putwand HD5.9.1.2.
-
Varkensstal met luchtwasser LW1.5, LW2.5, LW2.6, LW2.7, LW2.8, LW4.1, LW4.2, LW4.3, LW4.4, of LW4.6.
-
Gespeende biggenstal met een schuine putwand HD1.6.1 of HD1.6.4, mestopvang HD1.8, of koeldeksysteem HD1.10.
-
Kraamzeugenstal met mestpannen HD2.13 of koeldeksysteem HD2.14.
-
Stal met opfokleghennen met een luchtwasser LW 2.5, LW 2.6 of LW 2.8.
-
Stal met leghennen, ouderdieren van leghennen en (opfok) ouderdieren van vleeskuikens met een luchtwasser LW 2.8.
-
Vleeskuikenstallen met een luchtwasser LW 2.8, zwevende vloer met strooiseldroging HE 5.1, of etagesysteem met mestbandbeluchting HE 5.3.
Verder is de eis vervallen dat het aantal dieren op het bedrijf niet mag toenemen ten opzichte van de bestaande situatie (gold voor pluimvee- en varkensstallen).